Hoe kies ik de juiste ADR-verpakkingsgroep (I, II of III) voor mijn stof?
Kort antwoord
Kies de ADR‑verpakkingsgroep eerst via de UN‑lijst: in tabel A (kolom 4) staat vaak direct I, II of III bij de juiste vervoersnaam. Staat er geen verpakkingsgroep of gebruik je een n.e.g.-positie, bepaal dan de PG met de indelingscriteria uit ADR deel 2 voor de betreffende klasse (bijv. giftig, corrosief, brandbaar). Let op: niet elke klasse gebruikt een verpakkingsgroep; uitzonderingen en ondergrenzen gelden per klasse en stof.
Praktische consequentie
- Inventariseer per stof: naam, samenstelling, UN‑nummer, juiste vervoersnaam, ADR‑klasse, relevante test-/productgegevens (toxiciteit, corrosiviteit, vlampunt/kookpunt, oxidatiegedrag), hoeveelheid en verpakking.
- Stap 1: Zoek de stof in ADR hoofdstuk 3.2, tabel A. Noteer de verpakkingsgroep uit kolom (4) als die is aangegeven bij de juiste vervoersnaam.
- Stap 2: Is de stof niet met name genoemd of gebruik je een n.e.g.-positie? Bepaal de primaire ADR‑klasse en pas de criteria in ADR deel 2 voor die klasse toe om PG I, II of III vast te stellen (bijv. toxiciteitsgrenzen voor klasse 6.1; corrosie-/beproevingsgegevens voor klasse 8; brandbaarheids-/fysische gegevens voor klasse 3).
- Stap 3: Voor mengsels en oplossingen: bepaal de dominante gevaarseigenschap en kies overeenkomstige klasse en PG; gebruik voorbeelden en methodiek uit ADR deel 2 ter toetsing.
- Stap 4: Onbekend/afval of onvoldoende data? Hanteer voorlopig de strengste passende PG (en voor monsters de aanduiding MONSTER) totdat test-/productgegevens de indeling onderbouwen.
- Leg je keuze vast in het vervoersdocument en controleer aanvullende voorwaarden voor verpakking, markering/etikettering, documentatie en opleiding.
Toelichting
- Volgens ADR wordt de verpakkingsgroep gekozen op basis van de mate van gevaar binnen de betreffende klasse. Voor toxische stoffen (klasse 6.1) onderscheidt ADR bijvoorbeeld “zeer giftig”, “giftig” en “zwak giftig”, die corresponderen met PG I, II en III; de keuze wordt onderbouwd met mens-/diergegevens (LD50/LC50) en bij meerdere blootstellingsroutes geldt de meest ernstige uitkomst.
- Voor veel stoffen staat de PG al in de UN‑lijst (tabel A, hoofdstuk 3.2). Als een stof niet met name is genoemd of je gebruikt een n.e.g.-positie, wijzen de criteria in deel 2 (per klasse) de juiste PG toe; ADR geeft daarbij ook voorbeeldindelingen van mengsels om de dominante gevaarseigenschap en juiste PG te bepalen.
- Bij monsters zonder volledige gegevens moet je een voorlopige klasse en juiste vervoersnaam kiezen met toepassing van de indelingscriteria, en de “meest stringente verpakkingsgroep” gebruiken; bij afval met onzekere samenstelling geldt in geval van twijfel het hoogste gevarenniveau, met beperkte ruimte om onderbouwd een minder strenge PG te kiezen.
Citaat
Citaat 1: “De meest stringente verpakkingsgroep die mogelijk is … moet worden gebruikt. … worden aangevuld met het woord ‘MONSTER’.” Bestand: ADR 2025.pdf
Citaat 2: “Op grond van de mate van gevaar … klasse 6.1 … verpakkingsgroep I: zeer giftige … II: giftige … III: zwak giftige.” Bestand: ADR 2025.pdf
Citaat 3: “Niet met name in tabel A … moeten … in een juiste … verpakkingsgroep … overeenkomstig … de criteria …” Bestand: ADR 2025.pdf