Welke stoffen moeten apart
of gescheiden worden opgeslagen?

Praktische uitleg volgens PGS 15: wat moet apart, wat mag niet bij elkaar en waar moet u extra controleren?

PGS 15:2021 is leidend voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen. Stoffenscheiding is gebaseerd op ADR-klasse en bijkomende gevarenlabels. Onderstaande lijsten geven duidelijke richtlijnen voor aparte opslag en combinaties die een vorm van scheiding vereisen.

Deze uitleg gebruikt PGS 15:2021 versie 1.0. Als PGS 15 voor uw opslag geldt, is 2021 de standaardversie. Uw vergunning of een apart overheidsbesluit kan andere of aanvullende opslagregels bevatten. Controleer daarom de voorschriften in uw omgevingsvergunning en eventuele maatwerkbesluiten. Gaat u de opslag starten of wijzigen, doe dan de Vergunningcheck voor “Gevaarlijke stoffen opslaan in verpakking of gasflessen”; het resultaat toont ook de contactgegevens van de betrokken overheid. Open de Vergunningcheck Bekijk PGS 15:2021 versie 1.0

Bijzondere opslagvoorwaarden per stofgroep

De voorbeelden hieronder vervangen de voorschriften niet. Voor brandveiligheidsopslagkasten gelden de voorwaarden van hoofdstuk 3; hoofdstuk 8 is daarop volgens voorschrift 8.1.1 niet van toepassing.

Organische peroxiden (ADR-klasse 5.2)

Alleen onder voorwaarden

In beginsel geldt PGS 8. PGS 15:2021, hoofdstuk 9, biedt een beperkte mogelijkheid voor opslag in dezelfde opslagvoorziening als andere stoffen.

Dit betreft maximaal 1.000 kg per opslagvoorziening, uitsluitend UN 3103 t/m 3110 (type C t/m F zonder temperatuurbeheersing) in LQ-verpakking. De fysieke scheiding en verdere inrichting volgen uit voorschriften 9.1.1 t/m 9.2.4; een apart vak of een kast is niet op zichzelf voldoende.

ADR-klasse 4.1 met D of DT

Apart volgens voorschrift 8.5.2

D: vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand zonder bijkomend gevaar. DT: vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand, giftig (ADR 2.2.41.1.2).

Voor D/DT in verpakkingsgroep II of III geldt: wel met elkaar, maar niet gelijktijdig met andere stoffen of goederen opslaan.

ADR-klasse 4.1 met SR2

Apart volgens voorschrift 8.5.2

SR staat voor zelfontledende stoffen. Bij SR2 is temperatuurbeheersing vereist; bij SR1 niet (ADR 2.2.41.1.2).

Niet gelijktijdig met andere stoffen of goederen opslaan. Controleer ook de vereiste temperatuurbeheersing; een apart vak alleen volstaat niet.

ADR 4.2 VG III met ADR 3 VG III

Voorwaarden voorschrift 8.5.3

Voor zelfontbranding vatbare stoffen met brandbare vloeistoffen, beide verpakkingsgroep III.

Bij meer dan 10.000 kg klasse 4.2 VG III is deze combinatie mogelijk bij beschermingsniveau 1. Klasse 4.2 staat dan in aparte vakken van maximaal 300 m², aan drie zijden omgeven door een muur met ten minste 30 minuten brandwerendheid. Beoordeel andere situaties volgens hoofdstuk 8.

ADR 4.3 VG III met ADR 3 VG III

Voorwaarden voorschrift 8.5.6

Stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen met brandbare vloeistoffen, beide verpakkingsgroep III.

Bij meer dan 10.000 kg klasse 4.3 VG III is deze combinatie mogelijk bij beschermingsniveau 1. Klasse 4.3 staat dan in aparte vakken van maximaal 300 m², aan drie zijden omgeven door een muur met ten minste 30 minuten brandwerendheid. Controleer de classificatiecode en de overige voorwaarden van voorschriften 8.5.4 t/m 8.5.6.

Koopmansgoederen / aanverwante stoffen

Alleen onder voorwaarden

Niet-gevaarlijke goederen die in dezelfde opslagvoorziening staan als gevaarlijke stoffen.

Controleer de voorwaarden voor aanverwante stoffen en koopmansgoederen in PGS 15:2021, § 3.1. Voorkom gevaarlijke reacties en neem alle opgeslagen goederen mee in de beoordeling van de opslagvoorziening en, indien van toepassing, het uitgangspuntendocument (UPD).

PGS 15:2021, hoofdstukken 8 en 9 ADR 2025, § 2.2.41.1.2

Niet zonder scheiding opslaan

Brandbare stoffen (ADR-klasse 3) + oxiderende stoffen (ADR-klasse 5.1)

Gescheiden opslaan

Brandbare en oxiderende stoffen kunnen samen een groter effect veroorzaken. Sla ze volgens bijlage E.2, tabel E.1 in aparte vakken op.

Brandbare stoffen (ADR-klasse 3) + organische peroxiden (ADR-klasse 5.2)

Specifieke PGS-bepalingen

Bijlage E.2, tabel E.1 geldt niet voor klasse 5.2. Controleer de specifieke opslagvoorwaarden voor organische peroxiden.

Zuren (ADR-klasse 8, zuur) + basen (ADR-klasse 8, base)

Scheiden na beoordeling

Beoordeel met het VIB of gelijktijdig vrijkomen een gevaarlijke reactie of groter effect veroorzaakt.

Controleer altijd bijkomende gevarenlabels

Eerst labels controleren

Bijkomende gevarenlabels kunnen scheiding vereisen.

Wat mag meestal wel samen?

ADR-klasse 3 met ADR-klasse 3
Een zuur (klasse 8) en een milieugevaarlijke stof (klasse 9), maar alleen na beoordeling van VIB en reactie-eigenschappen
Niet-ADR hulpproducten zonder relevante reactie, afhankelijk van de situatie

Alleen als bijkomende gevarenlabels of productspecifieke eigenschappen geen extra risico geven.

Zo bepaalt u wat wel en niet mag

  1. 1 Noteer per product hoofdklasse, bijkomende ADR-etiketten, verpakkingsgroep en fysische toestand uit VIB-rubrieken 2, 9 en 14. ADR Vervoer gevaarlijke stoffen
  2. 2 Lees in VIB-rubrieken 7 en 10 welke opslagcondities, gevaarlijke reacties en onverenigbare materialen zijn vermeld.
  3. 3 Controleer eerst of een afzonderlijk PGS-hoofdstuk geldt; gebruik bijlage E.2, tabel E.1 niet voor ADR-klassen 2, 4 en 5.2.
  4. 4 Leg producten, hoeveelheden, vakken, gebruikte VIB-passages en eventuele afwijking vast; neem de beoordeling op in het UPD als dat voor de opslagvoorziening geldt. Hoe leg ik keuzes over stoffenscheiding vast in een UPD of werkdocument volgens PGS 15?

Belangrijke nuance

  • PGS 15 werkt met stofgroepen en onverenigbare combinaties; beoordeel dus altijd per product.
  • Hoeveelheid, verpakking en configuratie van de opslag kunnen de maatregel beïnvloeden.
  • Bij twijfel blijven VIB en de productspecifieke classificatie leidend.

Stoffenscheiding in het kort

Apart opslaan: o.a. organische peroxiden en bepaalde ADR-klasse 4-stoffen.

Klasse 3 en 5.1: pas bijlage E.2, tabel E.1 toe.

Klasse 5.2: de scheidingsmatrix geldt niet; controleer de afzonderlijke voorwaarden van hoofdstuk 9.

Controleer altijd bijkomende gevarenlabels en leg keuzes vast.

Wat is bijlage E.2, tabel E.1?

Bijlage E.2, tabel E.1 van PGS 15:2021 is een overzichtsmatrix voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen. De tabel helpt bepalen of stoffen van verschillende ADR-klassen samen mogen worden opgeslagen of dat een vorm van scheiding nodig is.

Bijlage E.2, tabel E.1 is niet van toepassing op ADR-klassen 2, 4 en 5.2; voor die klassen gelden andere specifieke PGS-bepalingen.

De uitkomst geldt alleen voor de combinatie en voorwaarden die in de tabel staan. Beoordeel daarom ook bijkomende gevaren, de stofeigenschappen en het actuele VIB.

Bekijk PGS 15:2021 en bijlage E.2, tabel E.1

Zo leest u bijlage E.2, tabel E.1

De code op het kruispunt bepaalt welke scheiding nodig is.

V In aparte vakken
Sla deze combinatie in aparte vakken op. Zijn vakken niet uitvoerbaar, controleer dan of een apart brandcompartiment nodig is.
B Scheiden na beoordeling
Scheiding is nodig, tenzij uit beoordeling blijkt dat de stoffen niet met elkaar reageren of beide stoffen vast zijn.
A Aanvullende scheiding voor zeer giftige stoffen
Volgens Bijlage E.2 kan dat op een van de volgende manieren: in een apart brandcompartiment, in een apart deel dat aan drie zijden is afgesloten door een minstens 30 minuten brandwerende muur, met een vrije zone van 5 m, of — onder de in Bijlage E.2 genoemde voorwaarden — in aparte vakken (UN-verpakking, opslaghoogte maximaal 1,80 m en een herkenbaar eigen vak).
— Geen aanvullende scheiding in bijlage E.2, tabel E.1
Voor deze combinatie geeft bijlage E.2, tabel E.1 geen aanvullende scheidingsmaatregel.

Bijlage E.2, tabel E.1 is het uitgangspunt, geen eindpunt

Bijlage E.2, tabel E.1 geeft de standaardscheiding per combinatie. Gemotiveerde afwijking is mogelijk als u dit onderbouwt, bijvoorbeeld op basis van het VIB, TRGS 510 of aangetoonde afwezigheid van een gevaarlijke reactie. Documenteer de beoordeling in een werkdocument en neem deze op in het UPD als voor de opslagvoorziening een UPD van toepassing is.

Controleer altijd het actuele VIB, bijkomende gevaren en de voorwaarden in PGS 15:2021, bijlage E.2, tabel E.1.

Automatische signalering in Stoffenjournaal

Krijg aandachtspunten bij risicovolle opslagcombinaties

Stoffenjournaal signaleert bepaalde vooraf ingestelde combinaties op basis van de ingevoerde stof-, hoeveelheid- en locatiegegevens. Controleer zelf bijkomende gevaren, productspecifieke eigenschappen, de toepasselijke PGS-voorschriften en uw vergunning. Een melding — of het ontbreken daarvan — is geen volledige juridische opslagtoets.

  • Waarschuwing bij onverenigbare combinaties op een locatie
  • Signalering wanneer een stof apart opgeslagen moet zijn
  • Direct zichtbaar in het stoffenjournaal en bij elke mutatie
Maak gratis account aan

Blijvend gratis tot 3 stoffen · Geen creditcard nodig

Bekijk prijzen

Officiële bronnen

Gevaarlijke stoffen-assistent

online

AI-hulp bij regels voor opslag, vervoer en veilig werken.

Deze antwoorden worden automatisch gegenereerd en kunnen onjuistheden bevatten. Raadpleeg altijd een specialist om te zorgen dat u voldoet aan de specifieke richtlijnen en wettelijke vereisten.