Vervoer van gevaarlijke stoffen per vliegtuig

Praktische uitleg over ICAO Technical Instructions

Luchttransport van gevaarlijke stoffen valt onder mondiale ICAO-regels. Deze pagina helpt u begrijpen welke eisen gelden volgens de ICAO Technical Instructions en wat u in de praktijk moet controleren voordat een zending met het vliegtuig wordt verstuurd.

ICAO Vliegtuig illustratie

ICAO in het kort

De ICAO Technical Instructions vormen het internationale kader voor luchtvervoer van gevaarlijke stoffen. Controleer per zending welke uitzonderingen, state variations (afwijkende eisen van landen) en operatorvoorwaarden gelden.

  • U moet zendingen correct classificeren, verpakken, markeren, etiketteren en documenteren.
  • Voldoet de zending aan de toepasselijke ICAO-regels en aanvullende operatorvoorwaarden, dan heeft u de basis voor aanbieding; de luchtvaartmaatschappij of afhandelaar beslist over acceptatie.

Luchtvervoer van gevaarlijke stoffen: praktische ICAO/IATA-checklist

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen per vliegtuig gelden andere regels dan voor opslag of wegvervoer. PGS 15 gaat over opslag van verpakte gevaarlijke stoffen. ADR gaat over vervoer over de weg. Voor luchtvervoer zijn vooral de ICAO Technical Instructions / Doc 9284 en in de praktijk vaak ook de IATA Dangerous Goods Regulations (IATA DGR ) relevant.

Belangrijke waarschuwing

Deze pagina geeft een praktische uitleg op hoofdlijnen op basis van openbare ICAO- en IATA-bronnen. De pagina vervangt niet de volledige ICAO Technical Instructions / Doc 9284 , de IATA Dangerous Goods Regulations , addenda, state variations of operatorvoorwaarden.

Gebruik deze pagina dus als voorbereiding en checklist, niet als definitieve vrijgave voor luchtvervoer. Controleer voor een concrete zending altijd de actuele volledige voorschriften en de acceptatie-eisen van de luchtvaartmaatschappij, expediteur of afhandelaar.

Deze uitleg gebruikt Doc 9284 , editie 2025–2026, inclusief Addendum nr. 1 (van toepassing vanaf 27 maart 2026) en Corrigendum nr. 2 (van toepassing vanaf 7 mei 2026).

Luchtvervoer in het kort

Bij luchtvervoer moet u per zending bepalen of de stof per vliegtuig vervoerd mag worden en onder welke voorwaarden. In de praktijk controleert u minimaal: UN-nummer of ID-nummer, juiste vervoersnaam, klasse/divisie, eventuele verpakkingsgroep, hoeveelheid, verpakking, markering, etiketten, documentatie en acceptatie door de operator.

Let op: dit hangt af van stof, hoeveelheid, verpakking, route, vliegtuigtype, bestemming en luchtvaartmaatschappij.

Wat moet u per zending controleren?

1

Identificatie van de stof

Leg per stof of product vast:

  • stofnaam of productnaam;
  • UN-nummer of ID-nummer;
  • proper shipping name (juiste vervoersnaam);
  • klasse of divisie;
  • eventuele subsidiary hazard (bijkomend gevaar);
  • eventuele verpakkingsgroep;
  • hoeveelheid per verpakking;
  • aantal verpakkingen;
  • bestemming en vervoersmodaliteit.

Deze gegevens vormen de basis voor de verdere beoordeling. Zonder correcte identificatie kunt u niet betrouwbaar bepalen welke verpakking, etiketten, documenten of beperkingen gelden.

2

Verpakking

Controleer of de verpakking geschikt is voor luchtvervoer en aansluit bij de juiste packing instruction (verpakkingsinstructie). Let onder meer op:

  • type verpakking;
  • binnenverpakking en buitenverpakking;
  • lekdichtheid;
  • schade of lekkage;
  • overpack (omverpakking);
  • maximale hoeveelheid per verpakking;
  • bijzondere verpakkingseisen voor specifieke stoffen.

Een verpakking die voor opslag of wegvervoer praktisch lijkt, is niet automatisch geschikt voor luchtvervoer. Luchtvervoer kent eigen eisen door drukverschillen, handling, veiligheid aan boord en acceptatieprocedures.

3

Markering en etikettering

Controleer of de vereiste markeringen en labels correct zijn aangebracht. Denk aan:

  • UN- of ID-nummer;
  • proper shipping name;
  • naam en adres van verzender en ontvanger;
  • gevarenetiketten;
  • eventuele subsidiary hazard labels;
  • Cargo Aircraft Only (alleen vrachtvliegtuig)-label, als dat van toepassing is;
  • orientation labels, indien nodig;
  • battery mark, indien van toepassing;
  • overpack-markering, indien markeringen of labels niet zichtbaar zijn.

Verkeerde of ontbrekende labels kunnen ertoe leiden dat de zending wordt geweigerd.

4

Documentatie

Controleer welke vervoersdocumenten nodig zijn. Vaak gaat het om:

  • Shipper's Declaration for Dangerous Goods (verklaring van de verzender);
  • Air Waybill (luchtvrachtbrief);
  • eventuele aanvullende goedkeuringen;
  • special provision-verwijzingen;
  • verplichte verklaringen of aanvullende teksten.

Ook als een Shipper's Declaration niet vereist is, kan alsnog informatie op de Air Waybill of alternatieve vervoersdocumentatie nodig zijn.

5

Operator variations (aanvullende eisen van de luchtvaartmaatschappij) en state variations

Controleer altijd of er aanvullende eisen gelden van:

  • de luchtvaartmaatschappij;
  • de afhandelaar;
  • de staat van vertrek;
  • de staat van bestemming;
  • eventuele transitlanden.

Een zending kan volgens de algemene regels mogelijk lijken, maar toch door een operator of land worden beperkt of geweigerd.

6

Acceptatiecontrole

Een gevaarlijke-stoffenzending moet vóór vervoer worden gecontroleerd. Praktisch betekent dit:

  • controleer documenten, verpakking, markering en etikettering samen;
  • laat de controle uitvoeren door iemand met kennis van luchtvervoer van gevaarlijke stoffen;
  • leg afwijkingen vast;
  • bied de zending pas aan als de vereiste informatie compleet is;
  • controleer of de airline/handler de zending accepteert.

Speciale aandachtspunten

Lithiumbatterijen en powerbanks in passagiers- en bemanningsbagage

Lithiumbatterijen en powerbanks krijgen veel aandacht in de actuele luchtvaartregels. Het ICAO Addendum No. 1 bij Doc 9284 2025–2026 geldt vanaf 27 maart 2026 en moet worden verwerkt in de 2025–2026-editie van de Technical Instructions.

De regels hieronder — zoals de limieten van 2 gram lithium en 100 Wh, vervoer in handbagage, het verbod op opladen aan boord en maximaal twee powerbanks per persoon — zijn bagageregels voor passagiers en bemanning. Ze vormen geen volledige controle voor vrachtzendingen.

Belangrijke bagageregel-controlepunten:

  • lithiumcellen en lithiumbatterijen moeten voldoen aan de testen uit het UN Manual of Tests and Criteria, Part III, subsection 38.3;
  • reservebatterijen en powerbanks moeten tegen kortsluiting zijn beschermd;
  • maatregelen moeten voorkomen dat draagbare elektronische apparaten onbedoeld worden geactiveerd;
  • voor lithium-metaalbatterijen in bagage geldt in de basis een limiet van 2 gram lithiuminhoud;
  • voor lithium-ionbatterijen in bagage geldt in de basis een limiet van 100 Wh;
  • sommige batterijen boven die limieten vereisen operator approval;
  • powerbanks moeten als handbagage worden vervoerd;
  • powerbanks mogen aan boord niet worden opgeladen;
  • het gebruik van powerbanks om aan boord andere apparaten op te laden wordt afgeraden; dit is in het ICAO-addendum een aanbeveling, geen algemeen verbod (ICAO Doc 9284, editie 2025–2026, Addendum 1, tabel 8-1 ). Een luchtvaartmaatschappij kan strengere regels hanteren;
  • er mogen niet meer dan twee powerbanks per persoon worden meegenomen.

Voor lithiumbatterijen als vracht bepaalt u per zending welke UN-entry, packing instruction, sectie, hoeveelheid, markeringen, documenten en state- en operatorvoorwaarden gelden.

Natrium-ionbatterijen

In de 2025–2026-editie zijn nieuwe onderdelen opgenomen rond natrium-ionbatterijen. Het wijzigingsoverzicht noemt onder meer nieuwe entries voor:

  • natrium-ionbatterijen met organische elektrolyt;
  • natrium-ionbatterijen in apparatuur;
  • natrium-ionbatterijen verpakt met apparatuur;
  • voertuigen aangedreven door natrium-ionbatterijen.

Ook het IATA DGR -addendum noemt wijzigingen rond natrium-ionbatterijen, waaronder battery marks en acceptatieprocedures.

Infectieuze stoffen

Voor infectieuze stoffen gelden specifieke regels binnen luchtvervoer. Denk aan stoffen of monsters die pathogenen kunnen bevatten en waarbij classificatie, verpakking, markering en documentatie zorgvuldig moeten worden beoordeeld.

Voor actuele beoordeling van infectieuze stoffen moet u de actuele volledige ICAO Technical Instructions / Doc 9284 , IATA DGR en operatorvoorwaarden gebruiken. Een ouder ICAO-guidance-document over infectieuze stoffen is niet geschikt als actuele normbron en wordt daarom niet gebruikt als basis voor deze actuele checklist.

Praktisch moet u bij infectieuze stoffen in ieder geval controleren:

  • of het gaat om een infectieuze stof of patiëntmonster;
  • welke classificatie van toepassing is;
  • welk UN-nummer of welke vervoersnaam geldt;
  • welke verpakkingseisen gelden;
  • welke markering en documentatie nodig zijn;
  • of aanvullende eisen gelden van operator, afhandelaar of bevoegde autoriteit.

Radioactieve zendingen

Voor radioactieve stoffen gelden aparte controles. Denk aan:

  • UN-nummer;
  • proper shipping name;
  • Class 7;
  • radionuclide;
  • activiteit in becquerel;
  • type verpakking;
  • transport index;
  • criticality safety index;
  • Type A-, Type B- of Type C-verpakking;
  • eventuele certificaten of goedkeuringen;
  • specifieke Class 7-labeling.

Voor radioactieve stoffen is specialistische beoordeling noodzakelijk.

Belangrijke wijzigingen in ICAO 2025–2026

De 2025–2026-editie van de ICAO Technical Instructions is aangepast om beter aan te sluiten bij de nieuwste UN-aanbevelingen en om luchtvaartspecifieke veiligheidsrisico's te adresseren.

Belangrijke thema's in de wijzigingen zijn onder meer:

  • data loggers en cargo-tracking devices met lithiumbatterijen;
  • classificatiecriteria;
  • Class 1 Explosives;
  • infectieuze stoffen;
  • Class 9;
  • natrium-ionbatterijen;
  • voertuigen met lithium- of natrium-ionbatterijen;
  • packing instructions;
  • shipper responsibilities;
  • operator responsibilities;
  • passagiers- en bemanningsregels voor elektronische apparaten met batterijen.

Deze wijzigingen geven richting, maar vervangen niet de volledige regeltekst van Doc 9284 .

Verhouding tot PGS 15 en ADR

Luchtvervoer staat niet los van opslag en wegvervoer. Een bedrijf kan met meerdere kaders tegelijk te maken krijgen.

Situatie Meest relevant kader
Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen PGS 15
Wegvervoer naar of van de luchthaven ADR / VLG / WVGS
Luchtvervoer ICAO Technical Instructions / IATA DGR
Acceptatie door airline of handler Operatorvoorwaarden / IATA DGR
Zeevracht IMDG-code

Voorbeeld: een stof kan vóór verzending opgeslagen staan in een magazijn, daarna per vrachtwagen naar de luchthaven gaan en vervolgens per vliegtuig worden vervoerd. Dan kunnen PGS 15, ADR/VLG/WVGS en ICAO/IATA allemaal relevant zijn.

Extra opletten bij

  • lithiumbatterijen;
  • powerbanks;
  • natrium-ionbatterijen;
  • infectieuze stoffen;
  • radioactieve stoffen;
  • dry ice;
  • overpacks;
  • Cargo Aircraft Only-zendingen;
  • zendingen met meerdere gevaarlijke stoffen in één buitenverpakking.

Praktische conclusie

Voor luchtvervoer van gevaarlijke stoffen is alleen een stoffenlijst niet genoeg. U moet per zending vaststellen wat de stof is, hoe deze is geclassificeerd, hoe deze verpakt en gemarkeerd moet worden, welke documentatie nodig is en of de luchtvaartmaatschappij de zending accepteert.

Van kennis naar praktijk

Breng de regels direct in de praktijk

Beheer gevaarlijke stoffen, hoeveelheden en opslaglocaties centraal in één actueel stoffenregister.

  • Actueel overzicht
  • Klaar voor inspecties
  • Minder handmatig werk
Maak gratis account aan Bekijk mogelijkheden

Blijvend gratis tot 3 stoffen · Geen creditcard nodig

Officiële bronnen

Gevaarlijke stoffen-assistent

online

AI-hulp bij regels voor opslag, vervoer en veilig werken.

Deze antwoorden worden automatisch gegenereerd en kunnen onjuistheden bevatten. Raadpleeg altijd een specialist om te zorgen dat u voldoet aan de specifieke richtlijnen en wettelijke vereisten.