Hoe moet bluswater worden opgevangen bij een incident?
Kort antwoord
Bij opslaglocaties moet verontreinigd bluswater worden opgevangen in een voorziening die hierop is berekend. De benodigde opvang is de som van productopvang (lek/spill) en bluswateropvang; dit mag in één voorziening. Leid afstromend water via afschot naar een goot, afsluitbaar bedrijfsriool of alternatieve opvang en sluit af bij een incident; aanvullende eisen kunnen gelden afhankelijk van de stoffen.
Praktische consequentie
- Inventariseer per opslaglocatie: stoffen/UN-nummer, ADR-klasse, hoeveelheden en verpakkingen; bepaal het veiligheidsniveau van de opslagvoorziening.
- Reken de nominale bluswateropvang en bepaal de productopvang; tel beide op om de totale benodigde opvangcapaciteit te krijgen.
- Controleer of uw bestaande opvang (kelder, bak, goot, bassin of vergelijkbaar) deze totale capaciteit kan verwerken en chemisch bestand is tegen de opgeslagen stoffen.
- Zorg voor terrein-afschot richting een goot of opvang, met een (veilig) afsluitbaar bedrijfsriool of alternatieve opvang; leg vast wie dit afsluit bij een incident.
- Als meerdere opslagvoorzieningen op één centrale opvang zijn aangesloten: dimensioneer op de grootste opslagvoorziening en borg dat afsluiters/kleppen per deel kunnen worden bediend.
- Leg werkinstructies vast voor incidenten: wie alarmeert, wie sluit afvoeren, waar de opvang is, en hoe u lozing naar oppervlaktewater/riolering voorkomt.
Toelichting
- Volgens PGS 15 moet een opslagvoorziening een opvangvoorziening hebben voor gelekte of gemorste vloeistoffen; de totaal benodigde opvangcapaciteit is de som van productopvang (M30) en bluswateropvang (M32). Dit mag in dezelfde voorziening worden gerealiseerd.
- Volgens PGS 15 wordt de nominale bluswateropvangcapaciteit bepaald met parameters uit PGS 14; de werkelijke benodigde grootte hangt af van de gevaarseigenschappen. Voor veiligheidsniveau A noemt PGS 15 als richting: 100% van de nominale capaciteit bij klasse 6.1 of milieugevaarlijk/CMR-/CLP, 50% bij klasse 8 en 25% bij klasse 3.
- Voor afstromend (blus)water buiten of op het terrein schrijft PGS 15 een afschot naar een goot, (veilig) afsluitbaar bedrijfsriool of alternatieve opvang voor, zodat bij lekkage/incident het water wordt geleid en kan worden tegengehouden.
- Wanneer meerdere opslagvoorzieningen zijn aangesloten op één centrale opvang, mag volgens PGS 15 worden gedimensioneerd op de grootste opslagvoorziening (behalve als de opvang in de opslagvoorziening zelf zit). Dit helpt om bij incidenten het verontreinigde bluswater centraal te beheersen.
Scope-opmerking
Citaat
Citaat 1: “De totaal benodigde opvangcapaciteit is bepaald door de som van bluswateropvangcapaciteit (M32) en productopvangcapaciteit (M30).” Bestand: PGS 15_2025 versie 1.1 (april 2026).pdf
Citaat 2: “De nominale bluswateropvangcapaciteit… wordt bepaald… [met] PGS 14… De werkelijke grootte… [minimaal] 100%/50%/25% afhankelijk van ADR-klasse.” Bestand: PGS 15_2025 versie 1.1 (april 2026).pdf
Citaat 3: “Het terreingedeelte… is uitgevoerd met een afschot richting een goot, (veilig) afsluitbaar bedrijfsriool of alternatieve opvangvoorziening.” Bestand: PGS 15_2025 versie 1.1 (april 2026).pdf