Welke eisen gelden volgens PGS 15 voor brandwerendheid en brandcompartimentering van een opslagvoorziening voor verpakte gevaarlijke stoffen?
Kort antwoord
Voor een opslagvoorziening met verpakte gevaarlijke stoffen vraagt PGS 15 meestal om een brandwerende scheiding rondom de opslagvoorziening of het brandcompartiment. De vereiste brandwerendheid wordt uitgedrukt als Wbdbo: weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag. De exacte eis hangt af van onder meer de hoeveelheid, stofsoort, verpakking en uitvoering van de opslagvoorziening.
Praktische consequentie voor de gebruiker
Let op: dit hangt af van stof, hoeveelheid, verpakking, opslaglocatie en manier van opslaan.
- Controleer voor uw opslagvoorziening in elk geval
- **Welke stoffen aanwezig zijn**: stofnaam, UN-nummer, ADR-klasse, verpakkingsgroep en CMR-/CLP-classificatie.
- **Hoeveel er wordt opgeslagen**: totale hoeveelheid verpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffen.
- **Waar de opslag ligt**: zelfstandig gebouw, inpandige opslag, aanpandige ruimten, boven- of onderliggende bouwdelen.
- **Of het brandcompartiment rondom klopt**: wanden, vloeren, gevels en dak moeten als geheel de vereiste Wbdbo halen.
- **Of openingen de brandwerendheid niet onderbreken**: deuren, ventilatieopeningen, leidingdoorvoeren en rookluiken mogen de vereiste Wbdbo niet verminderen.
- **Of deuren zelfsluitend zijn**: een brandwerende deur mag alleen open blijven staan als deze bij brand automatisch sluit op basis van detectie.
- **Of de draagconstructie voldoende brandwerend is**: de brandwerendheid tegen bezwijken moet aansluiten bij de Wbdbo-eis.
- **Of een uitzondering mogelijk is**: bij uitsluitend onbrandbare of niet-brandonderhoudende stoffen in bepaalde ADR-klassen kan geen Wbdbo-eis gelden, maar dat moet zorgvuldig worden getoetst.
Toelichting
Volgens PGS 15 moet een brandcompartiment worden gezien als een “kubus”: de brandwerende scheiding moet dus niet alleen in wanden zitten, maar rondom in vloeren, wanden, gevels en dak. De eis geldt zowel van binnen naar buiten als van buiten naar binnen. Als een andere regeling een zwaardere eis stelt, is die zwaardere eis maatgevend.
PGS 15 beschrijft dat deuren, ventilatieopeningen, leidingdoorvoeren en rookluiken geen afbreuk mogen doen aan de vereiste Wbdbo. Ook het dak moet dezelfde Wbdbo hebben, tenzij verticale brandscheidingen voldoende door het dak zijn doorgetrokken en er geen dakopbouwen of installaties zijn die de brandwerendheid aantasten.
Voor de draagconstructie geldt dat de brandwerendheid tot bezwijken ten minste gelijk moet zijn aan de Wbdbo-waarde van het brandcompartiment of de opslagvoorziening. Bij opslagvoorzieningen met meer dan 2.500 kg gevaarlijke stoffen, of meerdere opslagvoorzieningen met samen meer dan 2.500 kg, moeten ook eventueel boven- en onderliggende bouwconstructies minimaal dezelfde brandwerendheid tegen bezwijken hebben.
PGS 15 noemt ook situaties waarin geen Wbdbo-eis geldt. Dat kan alleen bij opslag van uitsluitend onbrandbare of niet-brandonderhoudende verpakte gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 8, verpakkingsgroep II of III zonder bijkomend gevaar, en/of ADR-klasse 9, onder aanvullende voorwaarden zoals een begrenzing van de opslaghoeveelheid of eisen aan andere goederen, verpakkingen en vrije ruimte.
Voor binnenopslag van gasflessen gelden aparte voorwaarden. PGS 15 noemt bijvoorbeeld voor bepaalde binnenopslag van gasflessen vanaf 250 liter per brandcompartiment een Wbdbo van 60 minuten; voor inerte en oxiderende gassen geldt die eis alleen van buiten naar binnen.
Citaat
"Een brandcompartiment moet worden gezien als een kubus die 'rondom' vloeren, wanden, gevels en dak dezelfde Wbdbo heeft." "Deuren, ventilatieopeningen, leidingdoorvoeren of rookluiken in deze constructie mogen geen afbreuk doen aan de vereiste Wbdbo." "De brandwerendheid tot bezwijken van de draagconstructie van een opslagvoorziening is ten minste gelijk aan de Wbdbo-waarde."