Hoe koppel je een stof op CAS-nummer aan CMR- en CLP-gegevens voor opslag volgens PGS 15?
Kort antwoord
Koppel het CAS-nummer eerst aan de juiste stofidentiteit en controleer daarna de CLP-classificatie en eventuele CMR-indeling in het veiligheidsinformatieblad. Voor opslag volgens PGS 15 gebruik je die gegevens samen met ADR-klasse, UN-nummer, hoeveelheid, verpakking en opslaglocatie. Let op: dit hangt af van stof, hoeveelheid, verpakking en manier van opslaan.
Praktische consequentie voor de gebruiker
- Werk praktisch met een stoffenlijst per opslagvoorziening
- Leg per stof vast
- CAS-nummer;
- chemische stofnaam;
- productnaam;
- UN-nummer, als aanwezig;
- vervoersnaam/proper shipping name;
- ADR-klasse;
- verpakkingsgroep, als toegewezen;
- CMR-/CLP-status;
- hoeveelheid in kg of liter;
- verpakking, bijvoorbeeld fles, vat, blik, IBC of doos;
- opslaglocatie en manier van opslaan.
- Gebruik het veiligheidsinformatieblad als hoofdbron voor
- CLP-gevarenindeling;
- H-zinnen;
- CMR-classificatie;
- transportgegevens;
- opslag- en incompatibiliteitsinformatie.
- Gebruik het CAS-nummer vooral als zoek- en controlekenmerk. Het CAS-nummer alleen is niet genoeg voor PGS 15, omdat een product een mengsel kan zijn of omdat handelsproducten meerdere gevaarlijke bestanddelen kunnen bevatten.
- Toets daarna of de stof of het product binnen de werkingssfeer van PGS 15 kan vallen. PGS 15 ziet op opslag en tijdelijke opslag van verpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffen.
- Zorg dat hulpdiensten en interne verantwoordelijken de informatie snel kunnen vinden, zeker bij grotere opslagen.
Toelichting
Volgens PGS 15 is de opslag en tijdelijke opslag van verpakte gevaarlijke stoffen, CMR-/CLP-stoffen, afvalstoffen, gewasbeschermingsmiddelen en biociden onderdeel van het toepassingsbereik. Daarom is het bij een CAS-koppeling niet voldoende om alleen het CAS-nummer op te slaan; de stof moet worden vertaald naar praktische opslaginformatie zoals classificatie, hoeveelheid en locatie.
PGS 15 vraagt bij de stoffenlijst per opslagvoorziening onder meer om ADR-klasse, maximale hoeveelheid per ADR-klasse en maximale hoeveelheid in kg of liter. Bij uitgebreidere stofinformatie voor hulpdiensten worden ook vervoersnaam, chemische stofnaam, ADR-klasse, UN-nummer, GEVI-nummer, actuele hoeveelheid per UN-nummer, verpakkingsgroep, CMR-/CLP-vermelding en het veiligheidsinformatieblad genoemd.
1. **Identificeer de stof**
2. **Haal CLP- en CMR-gegevens op**
3. **Koppel aan transport- en opslaggegevens**
4. **Gebruik dit voor PGS 15-toetsing**
- Een bruikbare werkwijze is dus
- Zoek op CAS-nummer.
- Controleer of het om een zuivere stof of mengsel/product gaat.
- Neem de chemische naam en productnaam over uit het veiligheidsinformatieblad.
- Controleer de CLP-indeling en H-zinnen.
- Markeer of de stof of het product als CMR-/CLP-stof moet worden behandeld.
- Leg dit vast als “CMR/CLP” bij de chemische naam.
- Voeg UN-nummer, ADR-klasse, vervoersnaam en verpakkingsgroep toe als deze zijn toegewezen.
- Leg de hoeveelheid en verpakking vast.
- Koppel de stof aan de juiste opslagvoorziening of opslaglocatie.
- Bepaal of PGS 15 van toepassing kan zijn.
- Bepaal welke opslagmaatregelen nodig zijn op basis van de opgeslagen stoffen, hoeveelheden en eigenschappen.
- Controleer aanvullende voorwaarden voor hoeveelheid, verpakking, documentatie, etikettering en toezicht.
Modaliteits- of scope-opmerking
Citaat
"PGS 15 is van toepassing op de opslag en de tijdelijke opslag van verpakte gevaarlijke stoffen" "de CMR-/CLP-stoffen met hun chemische naam en de vermelding ‘CMR/CLP’"