Welke eisen gelden er voor de opslag van gasflessen?
Kort antwoord
Gasflessen (cilinders) kunnen binnen de werkingssfeer van PGS 15 vallen. Hoofdregel: bij voorkeur buiten opslaan in een goed geventileerde voorziening met voldoende afstand of afscherming. Binnenopslag alleen als het echt nodig is en dan gelden extra voorwaarden; bescherm flessen tegen omvallen en stapel ze niet zonder passende voorziening. Let op: uitzonderingen en drempelwaarden hangen af van type gas, totale inhoud, locatie en gebouwsituatie.
Praktische consequentie
- Inventariseer per gasfles: stof/gasmix, UN-nummer, ADR-klasse (meestal klasse 2), totale inhoud (l of waterinhoud), verpakking, en opslaglocatie (buiten/binnen, verdieping/kelder).
- Kies buitenopslag als standaard: zorg voor een open of goed geventileerde voorziening; borg voldoende afstand tot gebouwen/brandbare objecten of reken afscherming/koeling door een deskundige door.
- Voor brandbare gassen die zwaarder zijn dan lucht (bijv. propaan/butaan): houd afstand tot kelderopeningen, putten/kolken en lage aanzuigopeningen van ventilatiesystemen.
- Binnenopslag: toets eerst of het echt noodzakelijk is. Controleer drempelwaarden (o.a. gezamenlijke inhoud per brandcompartiment) die extra eisen activeren zoals brandwerendheid, ventilatie en eventuele technische voorzieningen.
- Locatiekeuze: geen kelderopslag; op verdiepingen beperken en toepasbare kasten/voorzieningen gebruiken volgens de voorwaarden.
- Fysieke borging: zet flessen staand weg, niet stapelen zonder passende rekken; beveilig tegen omvallen met ketting/beugel of gelijkwaardige voorziening.
- Organisatie en noodhulpmiddelen: leg de opslaglocatie en bereikbaarheid van blus-/koelwater vast in het nood- of aanvalsplan; zorg dat de brandweer de plek snel kan vinden en koelen.
- Leg vast: stoffenlijst met hoeveelheden, situatietekening van de opslag, toegepaste afstand/afscherming of berekening, en beheermaatregelen (inspectie, ventilatie, noodplan).
Toelichting
- Volgens PGS 15 wordt binnenopslag van gasflessen zoveel mogelijk vermeden; als binnenopslag toch noodzakelijk is en de gezamenlijke inhoud toeneemt, gelden aanvullende eisen zoals brandwerendheid, ventilatie en in specifieke situaties extra koel-/beheersvoorzieningen. Dit volgt uit de bepalingen voor binnenopslag vanaf een bepaalde gezamenlijke inhoud per brandcompartiment en de nadere voorwaarden voor medische/medicinale gassen.
- Voor buitenopslag geeft PGS 15 een praktische hoofdlijn: beperk warmtestraling naar de opslag (en omgekeerd) door afstand, afscherming of een combinatie daarvan. Als vuistregel is 15 m afstand voldoende om aan de warmtestralingsgrens te voldoen; bij kleinere afstanden zijn aanvullende maatregelen nodig, zoals koeling of afscherming, eventueel onderbouwd met een stralingsberekening.
- Plaats gasflessen niet in kelders en beperk opslag op verdiepingen; bij opslag op een verdieping zijn aanvullende beperkingen opgenomen (zoals het aantal kasten). Dit is expliciet benoemd in PGS 15.
- PGS 15 beschrijft ook basisveiligheidsmaatregelen voor cilinders: flessen staand opslaan en niet stapelen zonder geschikte voorziening; daarnaast moeten ze tegen omvallen worden beschermd (ketting, beugel of gelijkwaardig).
- Voor brandbare gassen die zwaarder zijn dan lucht (zoals propaan/butaan) gelden aanvullende afstanden tot kelderopeningen, putten/kolken en lage aanzuigopeningen om ophoping van gas te voorkomen.
Citaat
Citaat 1: “Binnenopslag van gasflessen wordt… zoveel mogelijk voorkomen.” Bestand: PGS 15_2025 versie 1.1 (april 2026).pdf
Citaat 2: “De warmtestralingsbelasting… is maximaal 10 kW/m²… hieraan wordt… voldaan als de afstand… ten minste 15 m bedraagt.” Bestand: PGS 15_2025 versie 1.1 (april 2026).pdf
Citaat 3: “opslag van gasflessen in een kelder is niet toegestaan.” Bestand: PGS 15_2025 versie 1.1 (april 2026).pdf