Wat zijn de eisen voor ventilatie in opslagvoorzieningen?
Kort antwoord
Voor opslagvoorzieningen onder PGS 15 geldt: zorg voor doelmatige ventilatie die past bij de eigenschappen en risico’s van de opgeslagen stoffen. Voor sommige situaties zijn minimum ventilatie-eisen of een (via ventilatie gerealiseerde) nooddrukontlasting voorgeschreven, bijvoorbeeld bij gasflessen of organische peroxiden. Let op: dit hangt af van stof, hoeveelheid, verpakking en of het om binnen- of buitenopslag gaat; aanvullende voorwaarden kunnen gelden.
Praktische consequentie
- Inventariseer per stof: stofnaam, UN-nummer, ADR-klasse/gevaarsaspecten, hoeveelheid, verpakking en of het om gasflessen, organische peroxiden of andere stoffen gaat; noteer opslaglocatie en manier van opslaan.
- Toets of de ventilatie “doelmatig” is voor de aanwezige dampen/gassen: luchtverversing naar buitenlucht en geen inwatering via roosters/kanalen.
- Bij binnenopslag van gasflessen
- Totale waterinhoud tot 250 l in een brandveiligheidsopslagkast: controleer ventilatievoud op de buitenlucht (10×/uur of 120×/uur bij giftige gassen).
- Bij grotere binnenopslag van gasflessen (>250 l per brandcompartiment): reken met minimaal 10×/uur; bij grotere hoeveelheden giftige gassen kunnen 120×/uur van toepassing zijn.
- Bij opslag van organische peroxiden: zorg dat de opslagvoorziening zó geventileerd is dat dit minimaal overeenkomt met een nooddrukontlasting van 0,25 m².
- Bij (semi-)open buitenopslag voor gasflessen: borg dwarsventilatie en open afsluiting (bijv. gaas) als goede praktijk.
- Leg in het UPD of intern plan vast: gekozen ventilatieoplossing (natuurlijk/mechanisch), posities van aan- en afvoer, aantoonbare capaciteit (ventilatievoud of equivalent), onderhoud en inspecties.
Toelichting
- Volgens PGS 15 moet ventilatie zijn afgestemd op de stofeigenschappen; de richtlijn noemt expliciet dat een “doelmatige ventilatie” aanwezig is en dat inwatering via ventilatieopeningen wordt voorkomen. Dit wordt onder meer genoemd bij opslag van hydroreactieve stoffen als aanvullende voorwaarde, en geeft de hoofdlijn voor het ontwerp van ventilatie in opslagvoorzieningen weer.
- Voor gasflessen specificeert PGS 15 concrete ventilatievouden: bij opslag in een brandveiligheidsopslagkast tot 250 l totale waterinhoud geldt 10×/uur (en 120×/uur bij giftige gassen); bij binnenopslag vanaf 250 l per brandcompartiment is minimaal 10×/uur vereist en kan 120×/uur gelden bij grotere hoeveelheden giftige gassen.
- Voor organische peroxiden schrijft PGS 15 voor dat de opslagvoorziening zodanig geventileerd wordt dat dit ten minste overeenkomt met een nooddrukontlasting van 0,25 m², om drukopbouw bij ontleding te voorkomen.
- Bij buitenopslag van gasflessen noemt PGS 15 als goede praktijk “voldoende dwarsventilatie” met een open (gaas)afsluiting voor een effectieve afvoer naar de buitenlucht.
Citaat
Citaat 1: “een doelmatige ventilatie … aanwezig, afhankelijk van de eigenschappen van de stof; hemelwater kan niet via de ventilatie … komen.” Bestand: PGS 15_2025 versie 1.1 (april 2026).pdf
Citaat 2: “Het ventilatievoud op de buitenlucht is 120 keer per uur bij opslag van giftige gassen. Het ventilatievoud … 10 keer per uur bij overige gassen.” Bestand: PGS 15_2025 versie 1.1 (april 2026).pdf
Citaat 3: “zodanig geventileerd dat dit overeenkomt met een nooddrukontlasting van 0,25 m².” Bestand: PGS 15_2025 versie 1.1 (april 2026).pdf