Wat zijn de eisen voor verwarming in een opslagvoorziening?
Kort antwoord
Voor een PGS 15-opslagvoorziening geldt: de verbrandingsruimte van het verwarmingstoestel staat niet in open verbinding met de opslagruimte en warme delen raken de verpakte stoffen niet. Onderdelen in de opslagruimte blijven qua oppervlaktetemperatuur beperkt (maximaal 200 °C). Bij spuitbussen/gaspatronen: voorkom opwarming; houd afstand tot kachels of zorg dat oppervlakken koel blijven. Uitzonderingen en aanvullende voorwaarden kunnen gelden.
Praktische consequentie
- Controleer uw verwarmingssysteem
- Is de verbrandingsruimte (vuurhaard) niet rechtstreeks verbonden met de opslagruimte (gesloten systeem/gescheiden luchttoevoer en -afvoer)?
- Blijven alle in de opslagruimte aanwezige onderdelen van de verwarming onder 200 °C? Vraag zo nodig een schriftelijke bevestiging/specsheet van de leverancier of installateur.
- Kunnen warme delen, leidingen of radiatoren geen direct contact maken met verpakte gevaarlijke stoffen (dozen, blikken, vaten, IBC’s, spuitbussen)?
- Specifiek voor spuitbussen en gaspatronen
- Voorkom opwarming boven circa 50 °C; positioneer deze niet boven of binnen 1 m van kachels of andere warmtebronnen, tenzij u kunt borgen dat het oppervlak van die bron nooit boven 60 °C komt.
- Leg vast in uw UPD/werkvoorschrift
- Type verwarming, scheiding verbrandingsruimte, maximale oppervlaktetemperaturen, opstellingsafstanden en periodiek onderhoud/inspectie.
- Loop periodiek een visuele controle
- Geen verplaatste kachels/stralers, geen opgeslagen goederen tegen of boven warmtebronnen, en bescherm roosters/leidingen tegen aanstoten.
Toelichting
- Volgens PGS 15 mag een verwarming aanwezig zijn, mits de verbrandingsruimte niet in open verbinding staat met de opslagvoorziening; verder mogen onderdelen in de opslagruimte geen hogere oppervlaktetemperatuur hebben dan 200 °C en geen contact maken met de verpakte stoffen. Dit beperkt het risico op ontsteking en warmtestraling naar opgeslagen verpakkingen.
- Voor spuitbussen en gaspatronen benadrukt PGS 15 dat opwarming boven 50 °C moet worden voorkomen en dat ze niet boven of binnen 1 m van kachels of andere warmtebronnen mogen liggen, tenzij aantoonbaar is dat het oppervlak van die bronnen nooit warmer wordt dan 60 °C. Dit is een praktische veiligheidsmarge om drukopbouw en falen van spuitbussen te voorkomen.
Citaat
Citaat 1: “de verbrandingsruimte... staat niet in open verbinding met de opslagvoorziening.” Bestand: PGS 15_2025 versie 1.1 (april 2026).pdf
Citaat 2: “Onderdelen... hebben geen hogere oppervlaktetemperatuur dan 200 °C.” Bestand: PGS 15_2025 versie 1.1 (april 2026).pdf
Citaat 3: “Spuitbussen... niet worden opgeslagen boven of binnen 1 m van kachels... tenzij... nooit hoger... dan 60 °C.” Bestand: PGS 15_2025 versie 1.1 (april 2026).pdf