Hoe moet de productopvang bij vloeibare gevaarlijke stoffen worden gedimensioneerd?
Kort antwoord
Volgens PGS 15 dimensioneer je de productopvang voor vloeistoffen op minimaal 110% van de grootste verpakking of 10% van het totaal, afhankelijk van welke groter is. Bij opslag met veiligheidsniveau A, B of C geldt een aangepaste berekening per tabel (vak- of voorzieningsniveau). Tel tot slot ook de benodigde bluswateropvang mee; beide mogen in dezelfde opvangvoorziening worden gerealiseerd.
Praktische consequentie
- Inventariseer per opslagvoorziening of per vak: stofnaam, UN-nummer (indien bekend), ADR-klasse/CLP, hoeveelheden vloeistoffen, verpakkingen (blikken, vaten, IBC’s, flessen, dozen met binnenverpakking), en de opslaglocatie/manier van opslaan.
- Bepaal de grootste individuele verpakking (inhoud) en de totale inhoud aan vloeistoffen in de betreffende opslagvoorziening of in elk vak.
- Dimensioneer de productopvang op: minimaal 110% van de grootste verpakking of 10% van het totaal, waarbij je de grootste uitkomst kiest.
- Toets of jouw opslagvoorziening onder veiligheidsniveau A, B of C valt (raadpleeg UPD/interne voorschriften). Pas dan de tabelregels toe: bereken per vak en neem voor de totale voorziening de grootste benodigde opvangcapaciteit van de vakken.
- Controleer of de opvangvoorziening chemisch bestand is tegen de opgeslagen vloeistoffen en of alleen vloeistoffen meetellen (lege, ongereinigde verpakkingen niet).
- Bepaal aanvullend de benodigde bluswateropvang en tel die op bij de productopvang; je mag dit in één gezamenlijke voorziening uitvoeren.
- Leg de berekening en aannames vast (per vak en voor de totale voorziening), inclusief gebruikte veiligheidsniveau’s, materialen/bestendigheid van de opvang en periodieke controle/onderhoud.
Toelichting
- Volgens PGS 15 krijgt elke opslagvoorziening voor gevaarlijke vloeistoffen een opvangvoorziening met als hoofdregel: ten minste 110% van de grootste verpakking of 10% van de totale verpakte hoeveelheid, waarbij je de grootste uitkomst kiest. De opvangvoorziening moet bestand zijn tegen de opgeslagen vloeistoffen en de capaciteitseis geldt alleen voor vloeistoffen; lege, ongereinigde verpakkingen tellen niet mee. De totaal benodigde opvang kan gecombineerd worden met bluswateropvang in dezelfde voorziening.
- Voor opslag met veiligheidsniveau A, B of C geldt een afwijkende berekeningssystematiek per tabel: je rekent per vak en bepaalt de minimale productopvangcapaciteit van de voorziening op basis van het vak met de grootste uitkomst (bijv. 10% of, in specifieke gevallen, 100% per vak). Het veiligheidsniveau en de maximaal toegestane hoeveelheden per vak/voorziening worden vastgelegd in het UPD en/of interne voorschriften.
Citaat
Citaat 1: “capaciteit van ten minste 110 % van de grootste verpakking of 10 % van de totale inhoud” Bestand: PGS 15_2025 versie 1.1 (april 2026).pdf
Citaat 2: “De totaal benodigde opvangcapaciteit is bepaald door de som van bluswateropvangcapaciteit (M32) en productopvangcapaciteit (M30). Dit mag in dezelfde opvangvoorziening zijn” Bestand: PGS 15_2025 versie 1.1 (april 2026).pdf