Hoe moet stoffenscheiding worden toegepast?
Kort antwoord
Bij opslag van verpakte gevaarlijke stoffen moet je stoffen scheiden als zij samen bij vrijkomen een groter effect kunnen veroorzaken (bijv. zuur met base, brandbaar met oxidator). Toets per combinatie of scheiding nodig is en kies een passende scheidingsmethode (afstand, andere vakindeling, aparte lekbakken of apart compartiment). Let op: dit hangt af van stofeigenschappen, ADR-klasse/etiketten, hoeveelheid en de indeling van je opslagvoorziening.
Praktische consequentie
- Inventariseer per artikel: stofnaam, UN-nummer, ADR-klasse, eventuele bijkomende gevarenlabels (oxidator, toxisch, corrosief), CMR-/CLP-classificatie, hoeveelheid en verpakking.
- Toets combinaties
- Scheiden: brandbaar (klasse 3) met oxidator (klasse 5.1); zuren met basen (beide klasse 8); zeer toxisch of CMR naast stoffen die incidenten kunnen verergeren.
- Meestal geen scheiding nodig: brandbaar naast brandbaar; zuur naast milieugevaarlijk (klasse 9), tenzij andere gevaren meespelen.
- Kies de scheidingsmethode passend bij jouw magazijn
- Binnen één vak: realiseer scheiding met een vrije afstand (praktisch toepasbaar bij grotere voorzieningen) of door een tussenstrook met stoffen waarmee gezamenlijke opslag is toegestaan.
- In kleinere voorzieningen: plaats onverenigbare combinaties in gescheiden lekbakken of in aparte delen van een vak.
- Indien nodig: aparte brandcompartimenten of een afgescheiden deel met brandwerende wanden.
- Controleer of er al vakindeling is of nodig is; als onverenigbare combinaties aanwezig zijn, pas alsnog stoffenscheiding toe volgens de bijlage over stoffenscheiding.
- Leg vast in je magazijnplan: welke combinaties gescheiden blijven, de toegepaste methode (afstand/lekbak/compartiment), locaties, en hoe dit in ontvangst, opslag en orderpicken wordt geborgd.
Toelichting
- Volgens PGS 15 moeten stoffen gescheiden worden opgeslagen wanneer gelijktijdig vrijkomen kan leiden tot een groter effect dan verwacht op basis van de afzonderlijke stoffen; hierbij tel je alle relevante stofeigenschappen mee, inclusief bijkomende ADR-gevarenlabels. Voorbeelden: brandbaar met oxidator scheiden; zuur met base scheiden; brandbaar naast brandbaar is doorgaans geen extra scheiding nodig.
- PGS 15 beschrijft meerdere praktische scheidingsmethoden. Binnen een vak kan scheiding worden bereikt door een vrije afstand of een “tussenstrook” met stoffen waarvoor gezamenlijke opslag is toegestaan. In kleinere voorzieningen is scheiden via aparte lekbakken gebruikelijk. Indien scheiding binnen een vak niet doelmatig is, kan je scheiden via aparte brandcompartimenten of een afgescheiden deel met voldoende brandwering.
- Als een vakindeling volgens het gekozen veiligheidsniveau niet verplicht lijkt, maar er toch onverenigbare combinaties aanwezig zijn, dan blijft stoffenscheiding volgens de PGS 15-bijlage van toepassing; afhankelijk van de combinatie kan alsnog een vakindeling of vakscheiding nodig zijn.
Citaat
Citaat 1: “Als bij het gelijktijdig vrijkomen van twee gevaarlijke stoffen… een groter… effect ontstaat… moeten deze stoffen gescheiden worden opgeslagen.” Bestand: PGS 15_2025 versie 1.1 (april 2026).pdf
Citaat 2: “Scheiding binnen een vak kan worden gerealiseerd door een vrije afstand van ten minste 2 m…” Bestand: PGS 15_2025 versie 1.1 (april 2026).pdf