Welke eisen gelden er voor opslag van zeer giftige stoffen (ADR klasse 6.1)?
Kort antwoord
Opslag van zeer giftige stoffen (ADR-klasse 6.1) valt in principe onder PGS 15 voor verpakte gevaarlijke stoffen. Volgens PGS 15: gebruik UN-gekeurde verpakking, beperk handelingen, scheid van andere stoffen en bewaar zeer giftige (VG I) in een apart vak/compartiment. Boven bepaalde hoeveelheden gelden aanvullende eisen zoals een intern noodplan. Toets altijd op stof, hoeveelheid, verpakking en locatie.
Praktische consequentie
- Inventariseer per stof: naam, UN-nummer, ADR-klasse 6.1, verpakkingsgroep (I/II/III), H-zinnen (H300/301/310/311/330/331 waar van toepassing), hoeveelheid en verpakking.
- Verpakking
- Controleer dat acuut toxische stoffen en ADR 6.1 VG I/VG II in UN-gekeurde verpakkingen staan.
- Beoordeel algemene verpakkingseisen (deugdelijk, niet reagerend met inhoud, bestand tegen normaal gebruik).
- Opslagindeling
- Voor ADR 6.1 VG I (en ADR 8 VG I met toxisch nevengevaar): plaats in een apart brandcompartiment, of een afgescheiden deel daarvan, of in een apart vak met een 5 m vrije zone.
- Beperk de stapelhoogte van ADR 6.1 VG I tot max. 1,80 m (onderkant verpakking).
- Volg de scheidingsmatrix: beoordeel per combinatie of scheiden nodig is, of dat aparte vakken vereist zijn.
- Werkprocessen
- Beperk handelingen met acuut toxische stoffen tot wat strikt nodig is voor het logistieke proces (ontvangst, interne verplaatsing, orderpicken, verladen).
- Noodorganisatie
- Stel een intern noodplan/procedures op als de opgeslagen hoeveelheid zeer giftige verpakte stoffen (ADR 6.1 VG I, of ADR 8 VG I met toxisch etiket) > 1.000 kg is.
- Basisvoorzieningen
- Controleer de algemene PGS 15-voorzieningen zoals geschikte vloeren en algemene opslaghuiseisen.
- Leg alle keuzes vast (indeling, scheiding, noodmaatregelen) en zorg dat medewerkers geïnstrueerd zijn.
Toelichting
- Volgens PGS 15 moeten acuut toxische stoffen en ADR-klasse 6.1 VG I en VG II in UN-gekeurde verpakkingen aanwezig zijn; handelingen met acuut toxische stoffen worden beperkt tot het noodzakelijke logistieke proces. Voor ADR 6.1 VG I geldt bovendien een maximale opslaghoogte van 1,80 m en eisen aan ruimtelijke scheiding (apart compartiment/deel of 5 m vrije zone).
- De scheidingsmatrix in PGS 15 verduidelijkt dat voor zeer giftige stoffen (ADR 6.1 VG I of ADR 8 VG I met toxisch nevengevaar) aparte compartimentering of vakken vereist kan zijn ten opzichte van andere gevarenklassen. Dit helpt bepalen of scheiden, apart vakken of samen opslaan toegestaan is.
- Voor de noodorganisatie schrijft PGS 15 een intern noodplan of noodprocedures voor zodra meer dan 1.000 kg zeer giftige verpakte stoffen (ADR 6.1 VG I, of ADR 8 VG I met toxisch etiket) wordt opgeslagen.
- Algemene basisvereisten voor verpakking en voorzieningen (zoals deugdelijk verpakkingsmateriaal en eisen aan de vloer) zijn eveneens benoemd in PGS 15 en zijn ook van toepassing op opslag van klasse 6.1.
Scope-opmerking
Citaat
Citaat 1: “acuut toxische stoffen … [en] ADR-klasse 6.1-stoffen VG I en VG II” zijn “uitsluitend in UN-gekeurde verpakkingen” aanwezig. Bestand: PGS 15_2025 versie 1.1 (april 2026).pdf
Citaat 2: “Stoffen van ADR-klasse 6.1, verpakkingsgroep I … moeten in een apart brandcompartiment … of in een apart vak met een 5 m vrije zone worden opgeslagen.” Bestand: PGS 15_2025 versie 1.1 (april 2026).pdf
Citaat 3: “meer dan 1.000 kg zeer giftige verpakte stoffen (ADR-klasse 6.1, verpakkingsgroep I …) wordt opgeslagen” → intern noodplan/noodprocedures aanwezig. Bestand: PGS 15_2025 versie 1.1 (april 2026).pdf