Hoe bepaal ik of een stof gevaarlijk is volgens ADR?
Kort antwoord
Een stof is volgens ADR gevaarlijk als zij voldoet aan de ADR-indelingscriteria of als zij met een UN-nummer en juiste vervoersnaam in de ADR-stoffenlijst voorkomt. Je bepaalt dit niet alleen met het veiligheidsinformatieblad, maar ook met de ADR-classificatie: UN-nummer, juiste vervoersnaam, klasse, eventuele bijkomende gevaren en verpakkingsgroep. Let op: dit hangt af van stof, mengsel, concentratie, eigenschappen en vervoersvorm.
Praktische consequentie voor de gebruiker
- Controleer in deze volgorde
- **Verzamel stofgegevens**
- stofnaam of handelsnaam;
- samenstelling bij mengsels of oplossingen;
- veiligheidsinformatieblad, vooral transportinformatie;
- UN-nummer, juiste vervoersnaam/proper shipping name, ADR-klasse, classificatiecode en verpakkingsgroep;
- fysische eigenschappen, zoals vloeistof/vaste stof/gas, vlampunt, giftigheid, bijtendheid of milieugevaar.
- **Controleer of de stof met name genoemd is**
- Zoek of de stof in de ADR-stoffenlijst staat met een eigen UN-nummer en vervoersnaam.
- Staat de stof er met naam in, gebruik dan die ADR-indeling, tenzij het om een mengsel/oplossing gaat waarvoor ADR een andere indeling voorschrijft.
- **Bij mengsels en oplossingen: beoordeel de samenstelling**
- Kijk of één stof overheerst en of die stof met name genoemd is.
- Controleer of het mengsel dezelfde gevaren heeft als de genoemde stof.
- Als het mengsel andere of zwaardere gevaren heeft, kan een andere indeling nodig zijn.
- **Als de stof niet met name genoemd is**
- Beoordeel de gevaarseigenschappen volgens de ADR-klassen.
- Kies daarna een passende algemene of N.E.G.-positie. N.E.G. betekent: “niet elders genoemd”.
- Leg de keuze vast, zodat chauffeur, verzender, verpakker en ontvanger dezelfde ADR-indeling gebruiken.
- **Controleer daarna de vervoerseisen**
- verpakking;
- etiketten en kenmerken;
- vervoersdocument;
- vrijstellingen of beperkte hoeveelheden;
- opleiding/instructie;
- eventuele tunnel- of routebeperkingen.
Toelichting
Volgens ADR begint de beoordeling met de vraag of de stof of het mengsel voldoet aan de ADR-indelingscriteria en of er een passende vermelding in Tabel A van hoofdstuk 3.2 is. Die tabel koppelt een UN-nummer en benaming aan onder meer klasse, classificatiecode, verpakkingsgroep, etiketten, verpakkingsinstructies en vervoerscategorie.
Voor oplossingen en mengsels geeft ADR een aparte werkwijze. Als een mengsel voldoet aan ADR-indelingscriteria en bestaat uit één overheersende stof die met name in Tabel A staat, dan wordt het in beginsel onder het UN-nummer en de juiste vervoersnaam van die overheersende stof ingedeeld. Dat geldt niet als het mengsel bijvoorbeeld zelf met name genoemd is, andere gevaren heeft, een andere klasse/verpakkingsgroep krijgt of andere noodmaatregelen vraagt.
Als een mengsel of oplossing niet onder de naam van één stof kan worden ingedeeld, moet worden gekeken naar de gevarenklasse en eventuele bijkomende gevaren. ADR geeft daarvoor voorbeelden, zoals een mengsel met brandbare, giftige en bijtende eigenschappen dat uiteindelijk onder de overheersende gevaarindeling wordt ingedeeld.
Praktisch betekent dit: het veiligheidsinformatieblad is een goed startpunt, maar de ADR-indeling moet controleerbaar zijn. Vooral bij mengsels, verdunde producten, afvalstoffen, monsters en producten met meerdere gevaren is het verstandig de indeling expliciet te laten beoordelen of vast te leggen.
Modaliteits- of scope-opmerking
Deze vraag gaat over **wegvervoer**. Daarvoor is ADR het hoofdreferentiekader. Als dezelfde stof ook wordt opgeslagen, per zee wordt vervoerd of per vliegtuig wordt verzonden, moet je daarnaast het juiste kader voor die situatie controleren.
Citaat
"moet worden ingedeeld onder het UN-nummer en de juiste vervoersnaam" "Classificatie van een mengsel"