Hoe beoordeel je stoffen met meerdere gevaren voor ADR-vervoer?
Kort antwoord
Bij ADR-vervoer beoordeel je een stof met meerdere gevaren eerst op haar werkelijke gevaarseigenschappen. Daarna bepaal je welk gevaar voor de vervoersindeling overheerst en kies je de juiste klasse, verpakkingsgroep en vervoersnaam. Bijkomende gevaren kunnen nog steeds zichtbaar moeten worden gemaakt op etiketten en in documenten.
Praktische consequentie voor de gebruiker
1. **Kijk eerst of de stof met name genoemd is in ADR-tabel A.**
Is dat zo, gebruik dan die indeling en controleer de bijzondere bepalingen.
2. **Is de stof niet met name genoemd of gaat het om een mengsel, oplossing of afvalstof?**
Bepaal dan de gevaarseigenschappen door meting of berekening.
3. **Zijn er meerdere gevaren?**
Bepaal dan het overheersende gevaar volgens de ADR-volgorde en, waar nodig, de tabel van overheersende gevaren.
4. **Leg ook de bijkomende gevaren vast.**
Die kunnen gevolgen hebben voor etikettering, documentatie en soms verpakking.
5. **Bij afvalstoffen of lastige mengsels:**
Als volledige bepaling alleen met onevenredig veel moeite mogelijk is, kan indeling plaatsvinden op basis van de component met het overheersende gevaar.
- Controleer voor de zending in elk geval
- **stofnaam of mengselnaam**;
- **UN-nummer**, als dat al bekend is;
- **juiste vervoersnaam / proper shipping name**;
- **ADR-klasse(n)** en eventuele **bijkomende gevaren**;
- **verpakkingsgroep**, als die van toepassing is;
- **fysische vorm**: vloeistof, vaste stof, gas, oplossing, mengsel of afvalstof;
- **meet- of berekengegevens** over brandbaarheid, giftigheid, corrosiviteit, oxiderende werking enzovoort;
- **verpakking, etiketten en vervoersdocument**.
- Werk praktisch in deze volgorde
Toelichting
Volgens ADR moeten stoffen die niet met name in tabel A zijn genoemd, maar wel meerdere gevaarseigenschappen hebben, worden ingedeeld op basis van hun werkelijke gevaarseigenschappen. Dat geldt ook voor oplossingen en mengsels met meerdere gevaarlijke bestanddelen. De stof wordt dan gekoppeld aan een verzamelaanduiding en aan de verpakkingsgroep van de toepasselijke klasse.
ADR beschrijft dat de fysische, chemische en fysiologische eigenschappen normaal door meting of berekening worden bepaald. Daarna wordt de indeling gemaakt volgens de criteria van de afzonderlijke ADR-klassen.
Als een stof onder meer dan één klasse of groep kan vallen, wordt eerst gekeken of één van de specifieke overheersende gevaren uit ADR 2.1.3.5.3 van toepassing is. Voorbeelden daarvan zijn onder meer radioactieve stoffen, ontplofbare stoffen, gassen, bepaalde zelfontledende of pyrofore stoffen, organische peroxiden, zeer giftige stoffen bij inademing en infectieuze stoffen.
Als de combinatie van gevaren niet onder die specifieke volgorde valt, moet de juiste klasse worden gekozen met de tabel van overheersende gevaren in ADR 2.1.3.10. Bij stoffen of formuleringen met bijkomende gevaren moet ook de juiste verpakkingsgroep worden meegenomen.
Voor radioactieve stoffen met bijkomende gevaren noemt ADR apart dat de stof zo nodig moet worden ingedeeld naar het overheersende bijkomende gevaar, en dat colli etiketten voor alle bijkomende gevaren moeten krijgen. Ook moeten die bijkomende gevaren in documentatie en kenmerking terugkomen.
Modaliteits- of scope-opmerking
Citaat
"moeten overeenkomstig hun gevaarseigenschappen onder een verzamelaanduiding" "de fysische, chemische en fysiologische eigenschappen moeten door meting of berekening worden bepaald" "worden ingedeeld in de klasse of in de groep van stoffen met het overheersende gevaar"