Welke richtlijnen gelden specifiek voor ADR-klasse 8 opslag volgens PGS 15?
Kort antwoord
Voor opslag van ADR-klasse 8 (bijtend) gelden de algemene PGS 15-regels, met extra aandacht voor het scheiden van zuren en basen. Bij uitsluitend onbrandbare klasse 8-stoffen (VG II/III, zonder bijkomend gevaar) zijn sommige brandweringseisen en afstanden versoepelbaar. Uitzonderingen en ondergrenzen hangen af van stofeigenschappen, verpakking en totale hoeveelheid.
Praktische consequentie
- Inventariseer per product: stofnaam, UN-nummer, ADR-klasse 8, verpakkingsgroep, bijkomende gevaren, hoeveelheid en verpakking.
- Toets of het om zuren of basen gaat en scheid onverenigbare combinaties in aparte vakken/opslagvoorzieningen.
- Controleer of de stoffen onbrandbaar of niet-brandonderhoudend zijn en géén bijkomend gevaar hebben; zo ja, beoordeel of versoepelingen voor brandwering en afstanden mogelijk zijn.
- Beoordeel de totale opgeslagen massa (tonnage) en of er ook andere (brandbare) goederen in dezelfde voorziening staan; dit bepaalt of een hogere brandwerendheid of ander veiligheidsniveau nodig is.
- Houd bij machines in de opslag de minimale afstand aan; dit kan korter zijn bij uitsluitend onbrandbare klasse 8 VG II/III zonder bijkomend gevaar.
- Leg keuzes en scheidingen vast (bijv. in vakindeling, borden/markering) en borg dit in procedures en instructies.
Toelichting
- Volgens PGS 15 moeten onverenigbare combinaties gescheiden worden opgeslagen; specifiek noemt PGS 15 dat een bijtend zuur en een bijtende base niet bij elkaar mogen, terwijl combinatie met bepaalde andere categorieën (zoals sommige klasse 9-stoffen) geen extra scheiding vraagt. Dit ondersteunt de praktische eis om zuren en basen te scheiden en waar nodig aparte vakken te gebruiken.
- Volgens PGS 15 kunnen voor dedicated opslag van uitsluitend onbrandbare of niet-brandonderhoudende ADR-klasse 8-stoffen (VG II/III, zonder bijkomend gevaar) enkele brandcompartimenterings- en afstandseisen worden verlicht, mits aan voorwaarden is voldaan (o.a. massa en de aanwezigheid van andere – al dan niet brandbare – goederen). Dit betekent in de praktijk dat u eerst moet vaststellen of uw producten werkelijk onbrandbaar/niet-brandonderhoudend zijn en geen bijkomend gevaar hebben; pas daarna kunt u beoordelen of de versoepelingen van toepassing zijn.
- PGS 15 geeft daarnaast specifieke aanwijzingen voor afstanden tot machines binnen de opslag. Voor uitsluitend onbrandbare klasse 8 VG II/III zonder bijkomend gevaar mag de minimale afstand kleiner zijn dan de standaard, wat praktisch relevant is voor de indeling van uw opslagruimte.
- Ten slotte vermeldt PGS 15 dat bij een bouwwerk met meerdere opslagvoorzieningen de verplichting tot opschalen naar een aanvullend veiligheidsniveau niet geldt voor dedicated opslag van onbrandbare/niet-brandonderhoudende klasse 8 en 9. Dit helpt bij de planning als u meerdere aparte voorzieningen wilt inrichten voor deze categorieën.
Citaat
Citaat 1: “Een bijtende stof (ADR‑klasse 8, zuur)… met … (ADR‑klasse 8, base) … moeten gescheiden worden opgeslagen.” Bestand: PGS 15_2025 versie 1.1 (april 2026).pdf
Citaat 2: “Geen Wbdbo‑eis… uitsluitend onbrandbare… ADR‑klasse 8, verpakkingsgroep II of III zonder bijkomend gevaar…” Bestand: PGS 15_2025 versie 1.1 (april 2026).pdf
Citaat 3: “De afstand is minimaal 3,5 m… of minimaal 2 m… uitsluitend onbrandbare… ADR‑klasse 8 VG II of III…” Bestand: PGS 15_2025 versie 1.1 (april 2026).pdf