VG II
Verpakkingsgroep — middelmatig gevaar
Voor de getoonde vervoersindeling geldt één verpakkingsgroep.
UN 1111 is het UN-nummer voor AMYLMERCAPTANEN.
De getoonde vervoersindeling valt onder ADR-klasse 3.
Controleer vóór vervoer in deze volgorde: vergelijk rubriek 14 van het actuele VIB/SDS met de transportgegevens hierboven; open daarna ADR 2025, hoofdstuk 3.2, Tabel A en controleer de hieronder genoemde codes in de bijbehorende ADR-hoofdstukken. Los verschillen op vóór u de zending aanbiedt; laat dit zo nodig beoordelen door uw veiligheidsadviseur vervoer gevaarlijke stoffen.
Met welke gevaarsetiketten UN 1111 samen vervoerd mag worden.
Etiket 3
Deze uitleg gebruikt PGS 15:2021 versie 1.0. Als PGS 15 voor uw opslag geldt, is 2021 de standaardversie. Uw vergunning of een apart overheidsbesluit kan andere of aanvullende opslagregels bevatten. Controleer daarom de voorschriften in uw omgevingsvergunning en eventuele maatwerkbesluiten. Gaat u de opslag starten of wijzigen, doe dan de Vergunningcheck voor “Gevaarlijke stoffen opslaan in verpakking of gasflessen”; het resultaat toont ook de contactgegevens van de betrokken overheid. Open de Vergunningcheck Bekijk PGS 15:2021 versie 1.0
PGS 15 · ADR-route
UN 1111 · klasse 3 · verpakkingsgroep II · code F1
Let op (LQ/EQ-verpakkingen): Is UN 1111 verpakt als gelimiteerde hoeveelheid (LQ, hier 1 L) of als vrijgestelde hoeveelheid (EQ, hier E2) en opgeslagen in de transportverpakking, dan geldt een aanvullende vrijstelling tot 50 kg. Deze verdubbeling is alleen een PGS 15-vrijstelling; de meld- en vergunningsdrempels uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) blijven onverkort gelden. “Deze vrijstelling geldt alleen als de stoffen in de transportverpakking zijn opgeslagen. Deze vrijstelling geldt niet voor de ondergrens van 30 kg voor stoffen van ADR-klasse 5.2.” Of een verpakking als LQ of EQ geldt, volgt uit ADR tabel A (kolommen 7a en 7b) en de werkelijke verpakking; voor deze vermelding is LQ (hier 1 L) en EQ (hier E2) toegestaan. Controleer dit per product.
PGS 15: de ondergrens van 25 kg is een PGS 15-drempel volgens PGS 15:2021 v1.0. Voorwaarden: “Voor stoffen met een bijkomend gevaar moet ook het bijkomend gevaar worden beoordeeld; voor de stof geldt de laagste grenswaarde.”
De grens wordt beoordeeld binnen de totale opslag van verpakte gevaarlijke stoffen. Andere aanwezige stoffen, bijkomende gevaren of een andere toepassingsroute kunnen ertoe leiden dat PGS 15 toch geldt; andere voorschriften kunnen eveneens van toepassing zijn.
Bal art. 4.1012 kent specifieke uitzonderingen op de verplichting om aan PGS 15 te voldoen; voor ruimten voor verkoop aan particulieren bevat art. 4.1013 aanvullende uitzonderingen. Deze uitzonderingen heffen een eventuele meld- of vergunningplicht niet automatisch op.
Een bestaande omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift kan afwijkende eisen stellen; controleer altijd de voorschriften in uw eigen vergunning.
De regels gebruiken verschillende optelniveaus: sommige grenzen gelden voor de totale activiteit en vergunningsgrenzen per opslagplaats. Volg daarom bij iedere grens het genoemde optelniveau.
Bronnen: PGS 15:2021 v1.0 (aangewezen versie) · Bal, afdeling 3.2, paragraaf 3.2.9 (opslaan van gevaarlijke stoffen) · Bal, paragraaf 4.98 (meldplicht) · IPLO: opslaan van gevaarlijke stoffen (Bal) · IPLO: toepassingsbereik van de meldplicht · Omgevingsloket
In bijlage II van de Omgevingsregeling staat welke PGS-versie wettelijk is aangewezen. Controleer daarnaast uw vergunning en eventuele overgangsregels om te bepalen welke voorschriften voor uw situatie gelden.
Voor deze stof gebruiken we in PGS 15 bijlage E.2, tabel E.1 de categorie ADR 3, verpakkingsgroep II.
Uitgangspunt: ADR 3verpakkingsgroep II
Samen opslaan met
| Maatregel | Samen met | Praktische betekenis |
|---|---|---|
| Apart vak |
Sla deze combinatie gescheiden op in een apart vak binnen de opslagvoorziening. Kan dat niet, dan is vaak een apart brandcompartiment nodig.
|
|
| Beoordelen |
Niet automatisch samen opslaan. Beoordeel de reactiviteit aan de hand van VIB/SDS rubriek 7 en 10 (opslag en stabiliteit/reactie). Bij twijfel gescheiden opslaan tot de beoordeling is afgerond; blijkt scheiding nodig, dan kan bijvoorbeeld een afstand van 2 m of opslag in aparte lekbakken volstaan.
Voetnoot b (tabel E.1): gaat het om een giftige stof van ADR-klasse 6.1, verpakkingsgroep I (of ADR-klasse 8, verpakkingsgroep I, met bijkomend etiket 6.1), dan moet die stof in een apart brandcompartiment, in een aan drie zijden 30 minuten brandwerend afgescheiden deel of met een vrije zone van 5 m worden opgeslagen. Opslag in aparte vakken is toegestaan bij een stapelhoogte tot 1,80 m in UN-goedgekeurde verpakking en een duidelijk gekenmerkt vak. CMR-stoffen vallen ook in deze kolom; controleer de CLP-/CMR-indeling in het VIB/SDS. Voor overige giftige stoffen is vakscheiding met ADR-klasse 3 gewenst waar nodig (tabel E.1: 'B of V').
|
|
| Geen extra scheiding |
ADR-klasse 3
Overige chem.
|
Deze combinatie vraagt volgens deze scheidingstabel geen extra scheiding. De overige PGS 15-maatregelen blijven gelden.
|
Praktische invulling van de scheidingsmaatregelen: PGS 15:2021, bijlage E.2 en E.3
Onderstaande UN nummers moeten volgens onze database gescheiden van UN 1111 (AMYLMERCAPTANEN) worden opgeslagen.
Leg voorraad en locaties vast en controleer welke stoffen gescheiden moeten worden opgeslagen.
Deze pagina combineert gegevens uit meerdere betrouwbare databronnen.
Gebruikte databronnen